NL EN

Schaal als redmiddel. Of niet?

01/04/2019

Erik Moniquet

Recent kopte de Wall Street Journal ‘Global deal-making gets off to a slow start in 2019’. Er worden voorlopig 17% minder M&A-deals gemaakt dan vorig jaar over dezelfde periode. Dat is best veel. Politieke en economische onzekerheid worden aangehaald als voornaamste redenen om minder deals te maken. Ook in België is een gelijkaardige vertraging te merken volgens het Institute for Mergers and Acquisitions. 

Gelet op de economische onzekerheid die de journalisten van de Wall Street Journal aanhalen is het niet onlogisch dat er minder deals worden gemaakt. Er gaan ook meer en meer stemmen op om terug te keren naar kleinere (of beter: minder grote) ondernemingen om dichter bij de klant te staan en opnieuw ‘skin in the game’ te hebben. Internationaal gaat het om denkers als Nassim Taleb. Ook in België zijn er vooraanstaande denkers als Geert Noels die pleiten voor minder grote ondernemingen en het alloceren van meer bevoegdheden bij lokale besturen omdat deze dichter bij burgers en ondernemers staan. Vanuit die optiek zou het eveneens logisch zijn dat er minder deals gemaakt worden. Misschien hebben ondernemingen dezelfde redenering gemaakt als voornoemde denkers en worden aspecten als customer intimacy echt prioriteit. 

Of we het bij Moniquet & Company eens of oneens zijn met de oproep om naar minder grote ondernemingen te gaan, laten we in het midden. Wat we wel merken is dat deze oproep haaks staat op de evolutie in een aantal specifieke sectoren waar de schreeuw om grotere organisaties alsmaar luider wordt met het argument dat dit tot schaalvoordelen leidt. Specifiek in België gaat het om sectoren als lokale besturen, politiezones en ziekenhuizen. Al dienen we de nuance te maken dat de beleidsmakers in de ziekenhuisssector voorstander zijn van netwerken, eerder dan fusies en overnames. De argumentatie van meer schaal om zo te specialiseren is evenwel dezelfde.

Gelet op de redeneringen van Taleb en Noels stellen we ons dan ook de vraag of organisaties die openbare diensten verlenen niet dezelfde redenering horen te volgen. Is schaal het beste argument om naar fusies van publieke diensten te gaan? Of zijn andere overwegingen belangrijk?

Schaal is niet wat het lijkt

De ziekenhuissector gaat naar maximum 25 netwerken, lokale besturen moeten minstens 15.000 inwoners bedienen, politiezones zijn te klein. Dit zijn de doelen die beleidsmakers in de verschillende sectoren hebben gesteld. Er is voldoende schaal nodig om te kunnen overleven en financieel gezond te zijn, zo stellen de politici. 

Onze ervaring in deze sectoren, gecombineerd met de strategische expertise van onze consultants, leert ons dat de doelen die vooropgesteld zijn eerder arbitrair zijn van aard. De grenzen die getrokken worden – zeker voor politiezones en lokale besturen – zijn ingegeven vanuit buikgevoel. Dit blijkt onder meer uit besprekingen in de betreffende commissies in de verschillende parlementen in België. Bijkomend is het opvallend dat er sterk – misschien wel te sterk – vanuit de vraagzijde naar schaal wordt gekeken. 

We horen vaak in gesprekken met de verschillende sectoren dat schaal het redmiddel is om de kosten naar beneden te drijven. Hoe meer klanten er bediend worden, hoe lager de kosten. We horen zelfs de redenering dat schaal leidt tot dalende marginale kosten. Deze redeneringen kloppen niet. 

Ten eerste is schaal een samenspel tussen vraag en aanbod, maar is het vooral een kostengegeven. Schaalvoordelen worden gerealiseerd wanneer de gemiddelde kosten per geproduceerde eenheid dalen. 

Ten tweede kunnen schaalvoordelen worden gerealiseerd wanneer de marginale kosten lager zijn dan de gemiddelde kosten. Langetermijnschaalvoordelen doen de gemiddelde totale kost dalen. Dat is het objectief van schaal creëren. Wanneer deze voorwaarde niet is voldaan, zal meer schaal niet leiden tot meer efficiëntie.

Ten slotte kunnen schaalvoordelen gecreëerd worden doordat de koopkracht langs de productiezijde toeneemt. Wanneer een organisatie door grotere hoeveelheden af te nemen een lagere gemiddelde kost per eenheid kan creëren, ontstaan er ‘economies of scale’.

Een stapje verder

Wanneer schaal zo bekeken wordt, wordt het mogelijk exact te gaan berekenen wat de ideale grootorde van de afzetmarkt van een lokaal bestuur, een politiezone of een ziekenhuis moet zijn om aan een efficiënte schaal te kunnen opereren. Echter, dit gaat uit van het zogenaamde ceteris paribus-principe: alle andere omstandigheden gelijk. Dat is helaas niet het geval. De kostenstructuren van de nog niet gefusioneerde organisaties verschillen sterk. Ook de discretionaire invulling van een aantal bevoegdheden maakt dat algemene principes inzake schaal en schaalvoordelen niet zomaar kunnen worden geponeerd.

Het is best mogelijk dat er organisaties zijn in de sectoren die we reeds vernoemden die te klein zijn en in financieel gevaarlijk vaarwater zitten. Het omgekeerde is evenwel ook mogelijk. Misschien zijn er wel ziekenhuizen, politiezones of lokale besturen die niet langer aan de meest efficiënte schaal opereren en die hun gemiddelde totale kosten zien stijgen. Het is daarom een risico algemene principes uit te werken die de kans inhouden dat het voor sommige organisaties faliekant mislopen. 

Bij Moniquet & Company zeggen we niet dat de piste van schaal moet verlaten worden. Economies of scale kunnen grote opportuniteiten inhouden en het maakt deel uit van ons arsenaal aan mogelijke oplossingen om waarde te creëren. We pleiten er echter voor de meest optimale schaal op maat te onderzoeken en na te gaan wat tweede en derde orde effecten zijn van een bepaalde schaal die wordt behaald. Een benadering waarbij vertrokken wordt van een organisatie die uitdagingen heeft en waarbij een doorgedreven analyse van de waardecreatie en kostenstructuur van die organisatie gelinkt wordt aan potentiële partners die zelf de meest efficiënte schaal (de marginale kosten zijn niet hoger dan de gemiddelde kosten) nog niet hebben bereikt, kan veel meer waarde genereren dan algemene principes. Door daar extra dimensies als klanttevredenheid, beoogde effecten en flexibiliteit aan toe te voegen, kunnen er oplossingen worden gecreëerd die duurzaam alle uitdagingen het hoofd bieden. 

In elk van de genoemde sectoren zijn financiële uitdagingen het vertrekpunt om naar meer schaal te gaan. Het onderliggende probleem gaat veel dieper. Door louter (op basis van verkeerde uitgangspunten) naar het financiële te kijken ontstaat hetzelfde short termism als dat waar de grote ondernemingen van beticht worden. Om waardecreatie op lange termijn (ook maatschappelijk) te realiseren zijn systemische oplossingen nodig.